Religie kennis Wiki
Advertisement

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen werd gesticht op 6 april 1830 in de Amerikaanse staat New York. Haar grondlegger was Joseph Smith Jr., die kort daarvoor het Boek van Mormon had gepubliceerd. Aan dit boek ontlenen de leden van de Kerk hun bijnaam Mormonen.

Panoramafoto van Temple Square, Salt Lake City (Utah). Het hoge gebouw links is het hoofdkantoor van de mormoonse Kerk. Rechts is de Salt Lake Tempel zichtbaar.

De Kerk is vertegenwoordigd in circa 176 landen en territoria met ruim 13 miljoen leden[1], waarvan er zo'n 4 miljoen regelmatig deelnemen aan zondagsdiensten of andere kerkelijke activiteiten.[2] Ongeveer de helft van alle actieve leden woont in de Verenigde Staten, waar zich ook de hoofdzetel van de Kerk bevindt, namelijk in Salt Lake City (Utah). In 2004 telde De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen 8.093 geregistreerde leden in Nederland en 6.112 geregistreerde leden in België.[3]


Geschiedenis[]

Oprichting in New York[]

Afbeelding van Joseph Smith, de stichter van de mormoonse Kerk.

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen werd opgericht op 6 april 1830 in Manchester, New York, onder de naam “Church of Christ” (Kerk van Christus).[4] Deze naam is ontleend aan het Boek van Mormon, dat Joseph Smith eerder dat jaar publiceerde (Boek van Mormon, p. 581).

In september 1830 stuurde de Kerk haar eerste zendelingen op pad om bekeerlingen te zoeken onder de Indianen (Leer en Verbonden, p. 57).[5] Hoewel de Indianen weinig belangstelling toonden voor het Mormonisme, werd de reis toch een succes omdat de zendelingen eerst een oude bekende bezochten, Sidney Rigdon uit Mentor, Ohio. Rigdon was een Baptistische dominee, wiens restaurationistische denkbeelden goed aansloten bij die van Joseph Smith. Bij zijn toetreding tot de Kerk van Christus nam hij een deel van zijn gemeente mee (Van Wagoner 1994, pp. 49-67). Eind 1830 had de nieuwe beweging zo’n 280 aanhangers (2006 Church Almanac, p. 652)

Groeistuipen in Ohio en Missouri[]

Gezien het succes in Ohio werd het hoofdkwartier van de Kerk begin 1831 verlegd naar Kirtland, zo’n 12 km ten zuiden van Sidney Rigdon’s oude woonplaats Mentor (Leer en Verbonden, p. 77). Niet lang daarna wees Joseph Smith echter de plaats Independence in Jackson County, Missouri aan als “de plaats voor de stad Zion, aangewezen voor de vergadering van de Heiligen” (Leer en Verbonden, p. 123), zodat er vanaf dat moment twee centra waren waar het Mormonisme zich verder kon ontwikkelen.

Beide locaties hadden zo hun eigen problemen. Zo zaten de inwoners van Missouri niet te wachten op de alsmaar aanzwellende stroom Mormoonse immigranten, die aankondigden dat Jackson County het beloofde land was en dat zij de boel binnen een paar jaar zouden overnemen (Bushman 1960). In Kirtland speelden economische problemen de Kerk parten, waardoor de zij diep in de schulden raakte (Abanes 2003, pp. 134-139).

In 1838 escaleerde de situatie in beide plaatsen zodanig, dat de aanwezigheid van de Mormonen niet langer houdbaar was. In maart van dat jaar vluchtten Joseph Smith en andere prominente Mormonen van Kirtland naar de plaats Far West in Missouri in een poging om aan hun schuldeisers te ontsnappen (Hill 1989, pp. 55-67). Maar in Missouri was inmiddels ook een gewapend conflict ontstaan dat voornamelijk bestond uit ongeregelde overvallen van niet-Mormoonse bendes op Mormoonse dorpen en vice versa (Quinn 1994, p. 99; Hartley 1992, p. 9).[6] Om een burgeroorlog te voorkomen, vaardigde gouverneur Lilburn Boggs eind oktober 1838 een “Vernietigingsbevel” uit. Hierin stond dat “de Mormonen als vijanden behandeld moeten worden en uitgeroeid of verdreven uit de Staat, indien nodig voor de openbare orde” (Boggs, 1838).[7]

Om het Vernietigingsbevel kracht bij te zetten, stuurde Boggs het leger van Missouri naar Far West. In het licht van deze overmacht gaven de Heiligen zich over, waarna Joseph Smith en andere kerkleiders begin december 1838 gevangen werden gezet in Liberty, Missouri (Ludlow 1992, p. 931). De overgebleven Mormonen maakten zich onder leiding van Brigham Young op om de staat te verlaten.[8]

Het aantal kerkleden was inmiddels flink gegroeid. In de zomer van 1837 waren de eerste zendelingen naar Engeland gestuurd, alwaar zij zeer succesvol waren onder de arbeiders (Ludlow 1992, p. 227). Het aantal leden in Missouri op dat moment is onduidelijk maar schattingen variëren van 4.000 tot 15.000 (Hartley 1992, p. 7). Volgens officiële bronnen telde de Kerk eind 1838 bijna 18.000 leden (2006 Church Almanac, p. 652).

Een nieuw begin in Nauvoo, Illinois[]

Na hun verdrijving uit Missouri vluchtten de meeste Heiligen der Laatste Dagen naar Iowa in het noorden en Illinois in het oosten. Daar leefden zij verspreid onder de lokale bevolking en maakten, gezien hun negatieve ervaringen in Ohio en Missouri, aanvankelijk geen aanstalten om zich op een nieuwe, centrale plaats te “vergaderen”. Dit veranderde eind april 1839, toen Joseph Smith en de andere kerkleiders uit de gevangenis ontsnapten. Ze gingen in zee met Isaac Galland, een dubieuze speculant die de Kerk grote stukken land van de hand deed rond de plaats Commerce, Illinois (Flanders 1975, pp. 23-56).[9] Smith gaf de plaats een nieuwe naam, Nauvoo, dat “mooi zijn” betekent in het Hebreeuws. Tussen 1839 en 1846 was Nauvoo het hoofdkwartier van de Kerk.

De stadsrechten die de staat Illinois aan Nauvoo had toegekend, verleenden de nieuwe stad ruime autonomie, waaronder een eigen rechtspraak en een eigen leger. Hierdoor konden de theocratische tendenzen van het Mormonisme in Nauvoo verder tot wasdom komen. Door een combinatie van kerkelijke en civiele functies controleerde Joseph Smith de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht, alsmede de media, het onderwijs en het plaatselijke leger (Ludlow 1992, pp. 612, 860). Voor de Heiligen der Laatste Dagen brak hiermee een periode van relatieve rust en veiligheid aan. Mede dankzij grootschalige immigratie van ca. 5.000 bekeerlingen uit Engeland (Ludlow 1992, p. 611) groeide Nauvoo uit tot de tweede stad van de staat Illinois (alleen Chicago was groter).

Ook in theologisch opzicht was dit een vruchtbare periode. Bijna alle leerstellingen die het Mormonisme onderscheiden van andere Christelijke stromingen zijn in deze tijd ontstaan, zoals het celestiale huwelijk,[10] de letterlijke vader-zoon relatie tussen God en Jezus, het opheffen van de klassieke dualiteit tussen lichaam en geest, de pre-existentie van de mens, het bestaan van meerdere goden en de tempelrituelen (Porter & Backman 1992, p. 41).

Al deze ontwikkelingen zorgden echter ook voor de nodige tegenstand, zowel binnen de Kerk als van buitenaf. Op 10 mei 1844 kondigden enkele hoge, dissidente functionarissen van de Kerk aan een nieuwe krant, de Nauvoo Expositor, te gaan publiceren, waarin “de feiten genoemd worden zoals zij daadwerkelijk bestaan in Nauvoo” (Law et al, 1844). De grieven van deze dissidenten hadden niet alleen betrekking op kerkelijke aangelegenheden, zoals polytheïsme en polygamie, maar betroffen ook het negeren van de wet, de vermenging van kerk en staat en de controle van de Kerk over de financiën van haar leden (Cook 1982, p. 55).

Omdat de uitgevers van de Nauvoo Expositor hoge civiele en kerkelijke functies hadden bekleed,[11] en beschikten over informatie uit eerste hand met betrekking tot al Joseph Smith’s controversiële en geheime activiteiten, vroeg deze onmiddellijk na het verschijnen van de eerste editie aan de gemeenteraad van Nauvoo om de krant te verbieden en het redactiekantoor te vernietigen, hetgeen op 10 juni 1844 prompt gebeurde.

Deze ingreep had echter niet alleen religieuze aspecten, maar deed ook afbreuk aan burgerrechten zoals de vrijheid van meningsuiting en het eigendomsrecht.[12] De protesten tegen Smith’s onwettige optreden, zowel in Nauvoo als ver daarbuiten, waren zo hevig dat de Profeet aanvankelijk wilde onderduiken. Deze keer was zijn achterban het hier echter niet mee eens en Smith besloot zichzelf dan maar aan te geven (Madsen 1989, p. 117-118; Quinn 1994, p. 145). Op 24 juni 1844 meldde hij zich samen met zijn broer Hyrum en een paar andere vertrouwelingen bij de gevangenis van het nabij gelegen Carthage. Hoewel gouverneur Thomas Ford van Illinois de veiligheid van de gevangenen persoonlijk had gegarandeerd, kon zelfs zijn aanwezigheid in Carthage niet verhinderen dat een woedende menigte de gevangenis op 27 juni 1844 bestormde en de gebroeders Hyrum en Joseph Smith vermoorde (Godfrey 1968, p. 213).

Na de dood van Joseph Smith ontbrandde er een successiestrijd in de Kerk, waarbij individuele kandidaten zoals Sidney Rigdon het opnamen tegen institutionele partijen zoals het Quorum der Twaalf Apostelen.[13] Smith had zelf niets geregeld voor zijn opvolging maar had in de loop der tijd wel zes personen aangewezen of aangesteld als zijn opvolger, en nog eens zeven opties open gehouden.[14] Uiteindelijk koos de meerderheid van de leden op 8 augustus 1844 voor het Quorum der Twaalf onder leiding van Brigham Young.

Een belangrijk strijdpunt in de opvolgingskwestie betrof de vraag hoe de Kerk bestuurd moest worden: als een theocratische oligarchie, zoals in de latere jaren van Joseph Smith’s leiderschap, of als een meer democratische kerkgemeenschap, zoals in de begintijd van de kerk. Dit meningsverschil leidde tot de eerste scheuring in de Kerk, die in de jaren 1850 uitmondde in de oprichting van de Gereorganiseerde Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Deze gematigde Mormoonse stroming was meer gericht op democratie en consensus dan de groep van Brigham Young en nam afstand van de meeste ideeën die Joseph Smith in de Nauvoo-periode uitgewerkt had (Launius 1990, pp. 59-79).

Organisatie en Bestuur[]

Organisatie[]

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen de Laatste Dagen is georganiseerd als een conglomeraat van bedrijven. Aan de top van de piramide staan twee houdstermaatschappijen: de Corporation of the President of the Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints, met onmiddellijk daaronder de Corporation of the Presiding Bishop. In de Corporation of the Presiding Bishop zijn vooral niet-winstgevende bedrijven ondergebracht, zoals onderwijs- en liefdadigheidsinstellingen en het wereldwijde beheer van de gebouwen en terreinen van de Kerk. Deze bedrijven zijn bijna allemaal vrijgesteld van belastingen (Arizona Republic 1991).

Onder de Corporation of the President of the Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints hangen de commerciële werkmaatschappijen van de Kerk. Dit betreft media- en reclamebedrijven, radio- en televisiestations, agrarische ondernemingen en industrieën, banken en verzekeraars, hotels en restaurants, ontwikkeling van onroerend goed, bos- en mijnbouwbedrijven, transportondernemingen en spoorwegmaatschappijen, enzovoort (Quinn 1997, pp. 198-225).

Deze tweeledige structuur stelt de Kerk in staat om haar bezittingen en kapitaal optimaal te beheren. De totale waarde van de activa van de Kerk wordt geschat op 25 tot 30 miljard dollar. Hiervan bestaat 60 tot 70% uit gebouwen en terreinen. Het rendement op de overige activiteiten ligt met 600 miljoen dollar per jaar op 5 tot 8%. Daarnaast ontvangt de Kerk jaarlijks 4 tot 5 miljard dollar aan giften van leden, die geacht worden 10% van hun inkomen aan de Kerk af te dragen (Ostling & Ostling 2007, pp. 116-132).

Het is niet precies bekend wat de Kerk met al dit geld doet want hierover doet zij geen mededelingen (ook niet aan haar leden). Het laatste openbare financiële verslag dateert van april 1959 (Quinn 1997, p. 219). In Engeland en Canada is de Kerk verplicht om een financieel jaarverslag te publiceren, omdat haar activiteiten daar geregistreerd staan als goed doel. Uit deze verslagen blijkt dat het personeel en het onderhoud van gebouwen en terreinen de grootste kostenposten zijn. Slechts een klein gedeelte van de gelden wordt daadwerkelijk aan liefdadigheid besteed.[15]

Kerkelijk Bestuur[]

Algemene Autoriteiten[]

De kerkelijke hiërarchie is net zo uitgebreid als haar bedrijfskundige structuur. De hoogste bestuurlijke lagen worden gevormd door:

  • Het Eerste Presidium, bestaande uit de President van de Kerk en twee Raadgevers;
  • Het Quorum der Twaalf Apostelen;
  • Het Eerste Quorum der Zeventig.

Deze drie gremia bestaan uit fulltime bestuurders, die Algemene Autoriteiten genoemd worden. Zij besturen de Kerk op autoritaire wijze, dat wil zeggen zonder verantwoording af te hoeven leggen aan de leden van de Kerk.[16] Nieuwe Algemene Autoriteiten worden aangewezen door de bestaande, voornamelijk op basis van familiebanden (Quinn 1997, pp. 163-197).

Lokale Autoriteiten[]

Op lokaal niveau wordt het beleid van de Algemene Autoriteiten uitgevoerd door vrijwilligers, die in drie geografische niveaus zijn georganiseerd:

  • Gebieden: Wereldwijd zijn er momenteel zo’n 30 gebieden die bestuurd worden door een Gebiedspresidium, bestaande uit een President en twee Raadgevers, meestal behorend tot het Eerste Quorum der Zeventig (Algemene Autoriteiten), of het Tweede tot en met het Vijfde Quorum der Zeventig (Gebiedsautoriteiten).
  • Ringen: Ieder gebied bestaat uit een aantal Ringen, die ook weer bestuurd worden door een driekoppig Presidium (President en twee Raadgevers). Nederland en Vlaanderen zijn opgedeeld in vier ringen.
  • Wijken en Gemeentes: De vier Nederlandse en Vlaamse Ringen bestaan uit een veertigtal kerkgemeentes, die “Wijken” of “Gemeentes” worden genoemd (dit betreft een organisatorisch onderscheid op basis van het aantal leden). Iedere Wijk wordt geleid door een Bisschop, bijgestaan door twee Raadgevers. De Bisschop is in kerkelijke zin verantwoordelijk voor de individuele leden.

Hulporganisaties[]

Naast deze hiërarchische organisatie kent de Kerk ook hulporganisaties voor diverse groepen op basis van leeftijd, geslacht, huwelijkse staat, etc. Zo zijn er hulporganisaties voor kinderen van 3 tot 12, voor jongens en meisjes van 12 tot 18 (apart en samen), voor vrouwen vanaf 18 jaar, voor alleenstaanden tot 30 jaar en alleenstaanden vanaf 30 jaar, voor alle leden vanaf 18 jaar, voor belangstellenden en nieuwe leden, etc. Sommige hulporganisaties worden geleid door vrouwen maar zij hebben geen kerkelijk gezag en hun bevoegdheid is te allen tijde ondergeschikt aan die van de mannelijke kerkleiders.

Huidige leerstellingen en kenmerken[]

God[]

Volgens de mormoonse leer bestaat de Godheid uit drie afzonderlijke personen: God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. God de Vader en God de Zoon hebben ieder een volmaakt lichaam van vlees en beenderen. De Heilige Geest is een persoon van geest, zonder vlees en beenderen. Deze drie personen vormen een volmaakte eenheid en harmonie in doel en leer.

Heiligen der Laatste Dagen geloven dat alle mensen geesteskinderen zijn van God de Vader, ook wel Hemelse Vader of Elohim genoemd. Zij spreken elkaar daarom aan als ‘broeder’ en ‘zuster’.

God de Zoon, ook wel Jezus Christus of Jehovah genoemd, wordt beschouwd als de schepper van deze aarde, onder leiding van God de Vader. Hij is niet alleen een geesteszoon van God de Vader, maar ook zijn letterlijke zoon in het vlees. Hij werd geboren in een kribbe in Bethlehem met als moeder Maria en als stiefvader Jozef. Hij toonde de wereld de juiste manier van leven door zijn leringen en voorbeeld. Tijdens zijn lijdensweg in de hof van Getsemane tot aan het kruis op Golgotha nam hij de zonden en het verdriet van de mensheid op zich, zodat een ieder vergeving en troost bij hem kan vinden: de zogenaamde verzoening. Drie dagen na zijn dood werd hij weer tot leven gewekt, zodat ieder mens uit de dood zal opstaan.

De Heilige Geest heeft volgens de mormoonse leer de bijzondere taak om goddelijke waarheid te onderwijzen en te bevestigen door middel van gevoelens en gedachten.[17][18]

Afval en herstelling[]

Heiligen der Laatste Dagen geloven dat Jezus Christus vóór zijn Hemelvaart bevoegdheid gaf aan enkele van zijn volgelingen, die hij ‘apostelen’ noemde. Onder leiding van deze apostelen werden Jezus’ leerstellingen gepredikt en konden zogenaamde ‘priesterschapsverordeningen’ worden verricht. Deze priesterschapsverordeningen zijn vergelijkbaar met de sacramenten van andere christelijke kerken en omvatten o.a. de doop en het avondmaal. Ook waren de apostelen bevoegd om instructies te ontvangen van de inmiddels herrezen Jezus Christus ten bate van de leden van de Kerk. Met de dood van de apostelen verdween deze bijzondere bevoegdheid. De oorspronkelijke Kerk van Jezus Christus viel langzaam maar zeker ten prooi aan ongeoorloofde veranderingen in haar leerstellingen, organisatie en priesterschapsverordeningen. Deze periode wordt door de Mormonen de ‘Grote Afval’ genoemd.

Het jaar 1829 is een belangrijk jaar voor de Mormonen. Zij geloven dat drie van Jezus’ oorspronkelijke apostelen, Petrus, Jakobus en Johannes, in dat jaar als hemelse boodschappers hun bevoegdheid overdroegen op Joseph Smith en zijn vriend, Oliver Cowdery. Dit was een belangrijke stap in wat Mormonen de ‘herstelling’ van de Kerk van Jezus Christus noemen: het terugbrengen van de oorspronkelijke leerstellingen, organisatie en priesterschapsverordeningen.[18]

Schriftuur[]

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen aanvaardt vier standaardwerken als heilige schriftuur: de Bijbel, het Boek van Mormon, de Leer en Verbonden en de Parel van Grote Waarde.

Bijbel[]

In de mormoonse Kerk wordt zowel het Oude als het Nieuwe Testament bestudeerd. Heiligen der Laatste Dagen geloven dat “de Bijbel het woord van God is, voor zover die juist is vertaald.”[19] Voor elke taal heeft de Kerk een voorkeursvertaling geselecteerd. Voor het Nederlands is dat de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951, ook wel bekend als de NBG-vertaling. Vanaf 1830 tot 1844 heeft Joseph Smith gewerkt aan een ‘geïnspireerde versie’ van de Bijbel, die gebaseerd is op de King James Version, met aanvullingen en wijzigingen. Smith heeft de publicatie van zijn werk niet meer kunnen meemaken: hij werd op 27 juni 1844 door een gewapende bende vermoord. In 1867 werd de Joseph Smith Vertaling van de Bijbel alsnog uitgegeven. [20] De meeste Engelstalige Mormonen gebruiken doorgaans echter de reguliere King James Version van de Bijbel.

Boek van Mormon[]

De Nederlandse vertaling van het Boek van Mormon verscheen voor het eerst in 1890.

Heiligen der Laatste Dagen geloven dat Joseph Smith in 1823 instructies kreeg van een engel, genaamd Moroni, om een eeuwenoude kroniek te vertalen. Deze kroniek zou geschreven zijn op gouden platen door de geschiedschrijver en profeet Mormon, die rond 400 na Christus op het Amerikaanse continent leefde. Joseph Smith publiceerde zijn vertaling van deze kroniek in 1830 als het Boek van Mormon. Voordat Smith de platen teruggaf aan de engel Moroni, werd hem toegestaan de platen te tonen aan 11 ‘getuigen’, wier verklaringen zijn opgenomen in het Boek van Mormon.

Het Boek van Mormon beslaat een periode van ca. 2500 v.Chr. tot ca. 400 n.Chr. en speelt zich voornamelijk af op het Amerikaanse continent. Het beschrijft hoe enkele families, in de tijd van de Toren van Babel en de verwoesting van Jeruzalem door Nebukadnezar II, onder leiding van God in schepen over de oceaan voeren naar Amerika. Daar groeiden zij uit tot grote volkeren met hun eigen geschiedenis en cultuur, maar ook met hun eigen profeten en profetieën. Hoogtepunt in het Boek van Mormon is de verschijning van Jezus Christus na zijn opstanding aan deze inwoners van Amerika. Heiligen der Laatste Dagen beschouwen het Boek van Mormon als een tweede getuige van de goddelijkheid van Jezus Christus, samen met de Bijbel.

Het Boek van Mormon is verkrijgbaar in meer dan 100 talen, waaronder het Nederlands (eerste druk in 1890). Met inmiddels meer dan 140 miljoen exemplaren[21] behoort het Boek van Mormon tot de top tien van meest gedrukte boeken aller tijden.

Leer en Verbonden[]

De Leer en Verbonden bestaat uit een verzameling openbaringen, voornamelijk van Joseph Smith, de stichter van de mormoonse Kerk, maar ook van enkele van zijn opvolgers. Deze openbaringen worden door de Kerk beschouwd als instructies van God aan de mens, gegeven via zijn vertegenwoordiger op aarde: de profeet of president van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

Parel van Grote Waarde[]

De Parel van Grote Waarde bestaat uit:

  • Selectie uit het boek Mozes: Joseph Smith beweerde dat hij door openbaring gedeelten had ontvangen uit een boek dat Mozes zou hebben geschreven. De selectie uit het boek Mozes bevat voornamelijk een aangepaste versie van de eerste hoofdstukken van het boek Genesis uit het Oude Testament.
  • Het boek Abraham: een ‘geïnspireerde’ vertaling van enkele Egyptische papyri die Smith had ontvangen en die de woorden van Abraham zouden bevatten.
  • Matteüs naar Joseph Smith: een door Smith aangepaste versie van Matteüs 23:39 en hoofdstuk 24 uit het Nieuwe Testament. Hierin worden gebeurtenissen beschreven die plaats zullen vinden rondom de wederkomst van Jezus Christus.
  • De Geschiedenis van Joseph Smith: een korte autobiografie van Joseph Smith met als voornaamste aandachtspunt zijn profetische roeping.
  • De Geloofsartikelen: enkele fundamentele Mormoonse leerstellingen, samengevat in dertien artikelen. Deze werden door Joseph Smith opgesteld als onderdeel van een brief uit 1842 aan John Wentworth, redacteur van de Chicago Democrat.[22]

Heilsplan[]

Heiligen der Laatste Dagen geloven dat dit leven onderdeel uitmaakt van een door God ingesteld plan, het zogenaamde Heilsplan of Plan van Zaligheid. Alle mensen zouden vóór hun geboorte bij God hebben gewoond als zijn geesteskinderen. Omdat zij zoals hem wilden worden, moesten zij aan twee voorwaarden voldoen: (1) zij moesten net zoals God een volmaakt lichaam van vlees en beenderen ontvangen en (2) zij moesten net zoals God volmaakt worden in kennis, wijsheid, liefde en andere goddelijke deugden. God schiep voor zijn geesteskinderen een leerschool, namelijk de aarde. Mormonen zien de Val van Adam en Eva als een noodzakelijk onderdeel van Gods plan. Zij geloven dat de huidige wereld met haar tegenstellingen en uitdagingen een vruchtbare leerschool is om goddelijke deugden te ontwikkelen en om te leren om te gaan met een stoffelijk lichaam.

De onvermijdelijke fouten en zonden die de mensen op aarde zouden begaan, zouden hen onwaardig maken om terug te keren bij God om hun bijzondere leertraject te vervolgen. Door de verzoening van Jezus Christus kan een ieder vergeving van zonden ontvangen op voorwaarde van bekering: een proces van oprechte spijt, eventuele restitutie van verrichte materiële of emotionele schade, belijdenis van de zonde aan God, en toegewijde inspanningen om de zonde niet meer te begaan. Heiligen der Laatste Dagen geloven ook dat ieder mens – onvoorwaardelijk – door de opstanding van Jezus Christus op een dag uit de dood zal worden opgewekt. Wanneer iemand sterft, gaat zijn geest in afwachting van de opstanding naar een tijdelijk verblijf, die geesteswereld wordt genoemd.

Mormonen geloven dat iedere mens na zijn opstanding zal worden geoordeeld door God. Een ieder zal een beloning ontvangen naar zijn werken en verlangens op aarde. Heiligen der Laatste Dagen geloven in drie ‘graden van heerlijkheid’, werelden of koninkrijken, die als eindbestemming dienen voor Gods opgestane kinderen. Van laag naar hoog zijn dat het telestiale, het terrestriale en het celestiale koninkrijk.[18] Alleen in het celestiale koninkrijk blijven huwelijken eeuwig voortduren en kunnen echtparen goden en godinnen worden. Zij leren dan werelden te scheppen voor hun eigen geesteskinderen. Gebaseerd op deze leer is het mormoonse geloof dat God zelf ook getrouwd is en dat wij dus niet alleen een Hemelse Vader hebben, maar ook een Hemelse Moeder.

Tempels en genealogie[]

Bestand:Zoetermeer Den Haag-Tempel Noordgevel.JPG

Sinds 2002 heeft Nederland een mormoonse Tempel. Deze bevindt zich in Zoetermeer.

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen heeft een wereldwijde reputatie op het gebied van genealogisch onderzoek. Dit genealogisch onderzoek wordt voornamelijk verricht om religieuze redenen: de aldus opgespoorde voorouders kunnen postuum worden gedoopt. Dit plaatsvervangend ‘dopen voor de doden’ is gebaseerd op een letterlijke interpretatie van Jezus’ woorden in het evangelie van Johannes: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.” [23] De door genealogisch onderzoek vergaarde data zijn vrij beschikbaar gesteld door de Kerk.[24] De door de Kerk ontwikkelde software voor genealogisch onderzoek, Personal Ancestral File ofwel PAF, is eveneens vrij te gebruiken.

De plaatsvervangende doop voor de doden gebeurt in zogenaamde tempels. Deze gebouwen onderscheiden zich van reguliere mormoonse kerkgebouwen in doel en uiterlijk. Er zijn zo’n 30.000 mormoonse kerkgebouwen wereldwijd; echter de Kerk telt maar circa 130 tempels. Mormoonse kerkgebouwen zijn toegankelijk voor iedereen, terwijl de tempels alleen toegankelijk zijn voor getrouwe leden. De tempels zijn uitzonderlijk fraai vormgegeven om hun heilige karakter te benadrukken. Mormonen krijgen hier onderwijs over o.a. het heilsplan. Ook worden er huwelijken gesloten, niet “tot de dood u scheidt”, maar naar mormoons gebruik “voor tijd en alle eeuwigheid.” Sinds 2002 heeft ook Nederland een mormoonse tempel. Deze bevindt zich in Zoetermeer, maar staat bekend als de ‘Den Haag-Tempel’.

Het plaatsvervangende “dopen voor de doden” is voor sommige mensen een controversieel onderwerp. Zo heeft de Kerk in 1995 een overeenkomst gesloten met de Amerikaans-Joodse gemeenschap om te stoppen met het ongevraagd “dopen” van Holocaust slachtoffers.[25] Ook de theologie achter het “plaatsvervangend dopen” van beruchte criminelen, zoals seriemoordenaar Ted Bundy (ook bij leven korte tijd lid van de Kerk) wordt niet door iedereen begrepen.[26]

Liefdadigheid[]

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen kent een uitgebreid liefdadigheidsprogramma. Zo’n 4.000 vrijwilligers, waaronder artsen en verpleegsters, zijn fulltime werkzaam in diverse humanitaire projecten van de Kerk. Ook doneert zij geld en goederen aan hulpbehoevenden wereldwijd, ongeacht hun religieuze of etnische achtergrond. In 2003 startte de Kerk met de productie en distributie van Atmit, een voedingsrijke, dunne pap, die speciaal voor ondervoede kinderen werd ontwikkeld. Wereldwijd bezit de Kerk zo’n 300 loopbaancentra, waar zowel leden als niet-leden kosteloos terecht kunnen voor carrièreadvies, workshops en bemiddeling tussen werkgevers en potentiële werknemers.[27]

Bestand:MISSIONNAIRES MORMONS.JPG

Momenteel zijn er zo’n 50.000 mormoonse zendelingen werkzaam, grotendeels jongemannen van 19-25 jaar.

Ten tijde van een grote ramp is de Kerk vaak snel ter plaatse om hulp te bieden, zoals in 2004 na de Tsunami ramp in Zuidoost-Azië en in 2005 toen de Amerikaanse stad New Orleans werd getroffen door de orkaan Katrina. Ook tijdens de Nederlandse watersnoodramp van 1953, toen een overstroming grote delen van Zuid-Holland en Zeeland onder water zette, doneerde de Kerk geld, kleding en dekens. Tevens stelde zij al haar kerkgebouwen in het getroffen gebied ter beschikking aan het Rode Kruis.[28]

Ostling & Ostling (2007, pp. 116-132) plaatsen de liefdadige inspanningen van de Kerk echter in perspectief door deze te vergelijken met die van de Evangelisch-Lutheraanse Kerk, die in Amerika ongeveer even groot is als de HLD. Daaruit blijkt dat deze Lutheraanse kerk in 1997 bijvoorbeeld $15,44 miljoen in cash aan de bestrijding van honger in de wereld heeft gedoneerd. Dat is in één jaar ruim de helft van de $30,7 miljoen die de Mormoonse kerk in veertien jaar volgens eigen zeggen hieraan besteedde.[29] Afgezet tegen de jaarlijkse inkomsten van beide kerken, doneerden de Mormonen ruim 20 keer minder cash aan liefdadigheid dan de Lutheranen.[30]

De Britse donaties voor de tsunami-slachtoffers van 26 december 2004 bevestigen dit beeld. Blijkens de financiële jaarverslagen die de Kerk in Engeland verplicht is te publiceren (zie het hoofdstuk over de organisatie van de Kerk), is er door de Britse Heiligen der Laatste Dagen in 2004 en 2005 £761.000 gedoneerd aan het "Humanitarian Relief Fund" van de Kerk. Hiervan is in totaal £86.000 uitgegeven aan mensen in nood, voornamelijk in Engeland, Ierland en andere landen in Europa en Afrika - niets voor de tsunami-slachtoffers in Azië dus, terwijl het Eerste Presidium van de Kerk op 29 december 2009 wel een brief aan alle leden had gestuurd om hen aan te moedigen "ruimhartig vastengaven te doneren" op 2 januari 2005.

Volgens Ostling & Ostling (2007, p. 132) schuilt de kracht van het Mormoonse liefdadigheidsprogramma dan ook vooral in de unieke manier, waarop zij de noden van haar eigen leden lenigt.

Zendingswerk[]

Reeds in september 1830, vijf maanden na haar oprichting, stuurt de Kerk haar eerste zendelingen op pad om bekeerlingen te zoeken. Sindsdien heeft zij naar schatting meer dan één miljoen zendelingen uitgezonden over de gehele wereld, naar landen waar evangeliseren wettelijk is toegestaan. Op dit moment zijn er zo’n 50.000 zendelingen werkzaam, grotendeels bestaande uit alleenstaande mannen in de leeftijd van 19 tot 25 jaar. Ook alleenstaande vrouwen en echtparen kunnen een zending vervullen.[31]

Een zending is meestal voor een periode van twee jaar en geschiedt op eigen kosten. Gedurende deze periode dient een zendeling zich fulltime bezig te houden met het bestuderen en onderwijzen van de mormoonse leer, het vinden van bekeerlingen, het verrichten van dienstbetoon en vaak het zich eigen maken van een vreemde taal.

Geboden[]

Heiligen der Laatste Dagen geloven dat God – via zijn vertegenwoordigers op aarde – instructies geeft voor het welzijn van de mens. Deze instructies worden geboden genoemd. Zij kunnen worden gevonden in de Schriften, maar ook in algemene of persoonlijke instructies van kerkleiders. Getrouwe Mormonen worden geacht gehoorzaam te zijn aan Gods geboden.[18]

Christelijke deugden nastreven[]

Van getrouwe Mormonen wordt verwacht dat zij ernaar streven christelijke deugden in hun leven te implementeren. Volgens het dertiende mormoonse geloofsartikel, dienen zij o.a. “eerlijk te moeten zijn, trouw, kuis, welwillend, deugdzaam, en goed te moeten doen aan alle mensen”.[19]

Gebed en vasten[]

Heiligen der Laatste Dagen geloven dat zij minstens elke ochtend en avond dienen te bidden, individueel en in gezinsverband. Een gebed begint met het aanroepen van God, gevolgd door dankbetuigingen en eventueel het vragen om specifieke behoeften. Het gebed wordt beëindigd in de naam van Jezus Christus, gevolgd door “Amen”. Mormonen geloven dat zij door middel van gebed leiding van God kunnen ontvangen. Ook vragen zij geïnteresseerde niet-leden doorgaans om oprecht te bidden over hun leerstellingen, omdat zij geloven dat de Heilige Geest deze leerstellingen kan bevestigen door middel van een vredig en vreugdevol gevoel.

Heiligen der Laatste Dagen kunnen door middel van vasten hun gebed extra kracht bijzetten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer zij vasten en bidden voor de gezondheid van een zieke of voor hulp bij het vinden van een nieuwe baan. Tijdens het vasten dienen Mormonen zich te onthouden van eten en drinken.

Tien geboden[]

De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen leert, zoals de meeste christelijke kerkgenootschappen, haar leden om de Tien Geboden in acht te nemen. Ook leert zij dat de sabbatdag, sinds de opstanding van Jezus Christus, op de zondag valt.

Woord van Wijsheid[]

Joseph Smith, stichter van de mormoonse Kerk, beweerde op 27 februari 1833 instructies van God te hebben ontvangen met betrekking tot lichamelijke gezondheid.[32] Aanvankelijk werd dit “Woord van Wijsheid” beschouwd als advies, echter in 1851 gaf Smith’s opvolger Brigham Young het de meer bindende status van gebod.[33] Het Woord van Wijsheid houdt tegenwoordig voor Heiligen der Laatste Dagen in dat zij o.a. geen tabak, alcoholische dranken, koffie en thee gebruiken.

Wet van kuisheid[]

Heiligen der Laatste Dagen dienen zich te houden aan de zogenaamde wet van kuisheid, die betrekking heeft op hun seksuele gedrag. De wet van kuisheid omvat het verbod op geslachtsgemeenschap buiten het huwelijk. Ook dienen Mormonen zelfbevrediging en pornografie in elke vorm te vermijden. De Kerk verbiedt haar leden homoseksuele of lesbische relaties aan te gaan. Abortus provocatus wordt als een ernstige zonde beschouwd.

Wet van tiende[]

Leden van de mormoonse Kerk worden geacht een tiende deel van hun inkomsten aan de Kerk te doneren. Deze ‘wet van tiende’ werd in 1838 ingesteld door Joseph Smith, nadat eerdere pogingen tot het leven in gemeenschap van goederen hadden gefaald.[34] De tiendendonaties worden voornamelijk gebruikt voor de bouw en het onderhoud van kerkgebouwen en tempels, maar ook voor andere activiteiten van de Kerk zoals zendingswerk en familiegeschiedenis. De tiendendonaties zijn niet primair bedoeld om de humanitaire projecten van de Kerk te bekostigen. De Kerk moedigt haar leden echter aan om, naast de tiendendonaties, ook royaal bij te dragen aan haar liefdadigheidsprogramma.

Bronnen

  • 2006 Church Almanac (2005). Salt Lake City: Deseret Morning News.
  • Abanes, R. (2003). One Nation under Gods. A history of the Mormon church. New York: Thunder’s Mouth Press.
  • Arizona Republic (1991) "Mormon Inc.: Finances & faith," zondag, 30 juni 1991 – woensdag, 3 juli 1991.
  • Boek van Mormon (2004). Salt Lake City: De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.
  • Boggs, L.W. (1838). Missouri Executive Order 44. Jefferson (MI): Headquarters of the Militia.
  • Bushman, R.L. (1960). “Mormon Persecutions in Missouri, 1833”, BYU Studies, jrg. 3, nr. 1, pp. 11-20.
  • Cook, L.W. (1982). William Law, Nauvoo Dissenter. BYU Studies 22 (1), pp. 47-71.
  • Crawley, P. (1974). Two Rare Missouri Documents. BYU Studies 14 (4), pp. 502-527.
  • Flanders, R.B. (1975). Nauvoo. Kingdom on the Mississippi. Chicago: University of Illinois Press.
  • Godfrey, K.W. (1968). The Road to Carthage led West. BYU Studies 8 (2), pp. 204-215.
  • Hartley, W.G. (1992). Almost Too Intolerable a Burden. The winter exodus from Missouri. Journal of Mormon History 18, pp. 6-40.
  • Hill, M.S. (1989). Quest for Refuge. The Mormon flight from American pluralism. Salt Lake City: Signature Books.
  • Launius, R.D. (1990). Father Figure: Joseph Smith III and the creation of the Reorganized Church. Independence: Herald Publishing House.
  • Law, Wm., Law, W., Ivins, C., Higbee, F.M., Higbee, C.L., Foster, R.D. & Foster, C.A. (1844). Prospectus of the Nauvoo Expositor. Nauvoo, 10 mei 1844.
  • Leer en Verbonden (2004). Salt Lake City: De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.
  • Ludlow, D.H. red. (1992). Encyclopedia of Mormonism, New York: Macmillan Publishing Company.
  • Madsen, T.G. (1989). Joseph Smith the Prophet. Salt Lake City: Bookcraft.
  • Marquardt, H.M. & Walters, W.P. (1994). Inventing Mormonism. Tradition and the historical record. Salt Lake City: Smith Research Associates.
  • Oaks, D.H. (1965). The Suppression of the Nauvoo Expositor. Utah Law Review 9, pp. 862-903.
  • Ostling, R.N. & Ostling, J.K. (2007). Mormon America: The power and the promise, 2de editie. New York: HarperCollins Publishers (eerste editie 1999).
  • Porter, L.C. & Backman, M.V. (1992). Doctrine and the Temple in Nauvoo. BYU Studies 32 (1), pp. 41-54.
  • Quinn, D.M. (1994). The Mormon Hierarchy. Origins of power. Salt Lake City: Signature Books.
  • Quinn, D.M. (1997). The Mormon Hierarchy. Extensions of power. Salt Lake City: Signature Books.
  • Roberts, B.H. red. (1980). History of the Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints. Salt Lake City: The Deseret Book Company, 7 delen (eerste uitgave 1902-1932).
  • Smith, J., Rigdon, S. & Smith, H. (1841). A Proclamation of the First Presidency of the Church to the Saints, Scattered Abroad. In: Roberts, B.H., red. (1976 [1949]). History of the Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints, deel 4, p. 267-273.
  • Smith, J.F. (1950). Church History and Modern Revelation, deel 4. Salt Lake City: The Council of the Twelve Apostles of the Church of Jesus Christ of Latter-day Saints.
  • Van Wagoner, R.S. (1994). Sidney Rigdon. A portrait of religious excess. Salt Late City: Signature Books.

Voetnoten

  1. M. Russell Ballard, ‘Geloof, gezin, feiten en vruchten’, Liahona (november 2007), p. 25. (download als PDF)
  2. Voor het actuele ledental, zie http://newsroom.lds.org/ldsnewsroom/eng/statistical-information. Het aantal actieve leden kan berekend worden door het aantal leden te vermenigvuldigen met de activiteitspercentages uit Ludlow (1992, p. 1527).
  3. 2006 Church Almanac (2005), Salt Lake City: Deseret Morning News, p. 296, 406.
  4. De meeste Mormoonse bronnen vermelden Fayette, New York als plaats waar de Kerk is opgericht, maar Marquardt & Walters (1994, pp. 153-172) tonen aan dat dit een misverstand is.
  5. In de Leer en Verbonden wordt niet gesproken over “Indianen” maar over “Lamanieten”. De Lamanieten zijn een volk in het Boek van Mormon, waarvan Joseph Smith geloofde dat zij de voorouders van de Amerikaanse Indianen waren.
  6. In de officiële Mormoonse geschiedschrijving wordt vaak de indruk gewekt dat het geweld van één kant kwam en dat de Mormonen om religieuze redenen “vervolgd” werden. In 1833 had Joseph Smith het gebruik van geweld uit zelfverdediging echter gerechtvaardigd, waardoor een geweldsspiraal kon ontstaan (Leer en Verbonden, p. 234). Het was dus vooral een sociaal en geopolitiek conflict. Dit alles laat echter onverlet dat het geweld dat tegen de Mormonen gebruikt werd groter was dan andersom, alleen al vanwege de numerieke minderheid van de Mormonen.
  7. De term Vernietigingsbevel (“Extermination Order”) sluit aan bij de rethoriek van die tijd. Vier maanden eerder had Sidney Rigdon een opruiende toespraak gehouden ter ere van de Amerikaanse onafhankelijkheidsdag, waarin hij vastberaden stelde: “Tussen ons en de bende die ons lastig durft te vallen zal een vernietigingsoorlog (‘war of extermination’) uitbreken; we zullen ze achtervolgen totdat de laatste druppel van hun bloed gevloeid is – of ze zouden ons moeten uitroeien. We zullen het slagveld naar hun eigen huizen brengen, en naar hun eigen gezinnen, en één van de twee zal volkomen vernietigd worden” (Crawly 1974, p. 527).
  8. Formeel werd de uittocht geleid door een comité bestaande uit John Taylor, Alanson Ripley, Brigham Young, Theodore Turley, Heber C. Kimball, John Smith and Don C. Smith. Quinn (1994, p. 64) legt de verantwoordelijkheid voor de organisatie van de uittocht uitdrukkelijk bij dit comité en stelt dat Brigham Young’s rol beperkt was omdat hij in februari 1839 zelf naar Illinois gevlucht was. Young was echter wel de senior leidinggevende van de Kerk op dat moment vermits de overige hoge kerkleiders op dat moment gevangen zaten (zoals Joseph Smith en Sidney Rigdon), gedood waren (zoals David Patten) of de Kerk verlaten hadden (zoals Thomas B. Marsh). Andere auteurs geven Young dan ook een meer prominente rol in de organisatie van de uittocht (Smith 1950, p. 8; Flanders 1975, pp. 11-12).
  9. Joseph Smith was erg onder de indruk van Galland en noemde hem een “weldoener” en “een instrument van God” (Smith et al, 1841, p. 270). In werkelijkheid was het eerder een oplichter die het land dat hij aan Smith verkocht helemaal niet bezat (Flanders 1975, p. 37). De belangrijkste redenen om met Galland in zee te gaan waren het feit dat hij geen aanbetaling verlangde en bereid was een langlopende kredietovereenkomst met de Mormonen te sluiten om de “aankoop” te financieren (Flanders 1975, p. 34).
  10. Joseph Smith leerde dat het huwelijk ook in het leven na de dood geldig kan zijn (Leer en Verbonden, pp. 334-335) en dat mannen met meerdere vrouwen kunnen trouwen (Leer en Verbonden, p. 340).
  11. Onder andere tweede raadgever van Joseph Smith in het Eerste Presidium van de Kerk, gemeenteraadslid van Nauvoo, generaal in het leger van Nauvoo, bestuurder van de universiteit, enz.
  12. HLD apostel Dallin H. Oaks, van origine jurist, betoogt in Oaks (1965) dat het verbieden van de Nauvoo Expositor een rechtmatige daad was volgens de lokale wetten die destijds in Nauvoo golden. Volgens de grondwet van Amerika en die van staat Illinois was de daad echter wel degelijk onrechtmatig en deze grondwetten waren bij de stichting van Nauvoo expliciet van toepassing verklaard (Roberts 1980, deel 4, p. 240).
  13. Tegenwoordig wordt een overleden kerkpresident automatisch opgevolgd door de langstzittende apostel maar dit is een gewoonterecht dat nergens formeel is vastgelegd (zie Quinn 1994, pp. 245-263).
  14. De zes aangewezen opvolgers waren David Whitmer, Oliver Cowdery, Hyrum Smith, Joseph Smith III, David Hyrum Smith en Samuel H. Smith. Opties die Joseph Smith had aangeduid waren Sidney Rigdon, William Smith, Lyman Wight, William Marks, James Strang, Alpheus Cutler en het Quorum der Twaalf Apostelen (Quinn 1994, p. 241).
  15. Voor Engeland, zie http://www.charity-commission.gov.uk, voor Canada, zie http://www.cra-arc.gc.ca/tx/chrts/nln_lstngs/cnrg_ntrm-eng.html
  16. De leden geloven dat de Algemene Autoriteiten door inspiratie van God geleid worden. Tegelijkertijd fungeren de Algemene Autoriteiten als de enigen die namens God voor de hele Kerk mogen spreken (Leer en Verbonden, p. 56). Een lid kan kan de inspiratie van de Algemene Autoriteiten met betrekking tot het bestuur van de Kerk dus nooit in twijfel trekken, want de enigen die daartoe bevoegd zijn, zijn de Algemene Autoriteiten zelf. Hiermee zijn de Algemene Autoriteiten de facto onfeilbaar.
  17. ‘God, Godheid’, De Gids bij de Schriften, Intellectual Reserve (2004), pp. 74-75. (bekijk tekst online)
  18. 18,0 18,1 18,2 18,3 Predik mijn evangelie, Intellectual Reserve (2005), pp. 29-93.
  19. 19,0 19,1 De Geloofsartikelen, De Parel van Grote Waarde, Intellectual Reserve (2004), p. 79. (bekijk tekst online)
  20. Monte S. Nyman and Charles D. Tate, Jr., Joseph Smith Translation: The Restoration of Plain and Precious Things, Provo: BYU Religious Studies Center (1985), pp. 23-46.
  21. Zie http://newsroom.lds.org/ldsnewsroom/eng/news-releases-stories/book-of-mormon-reaches-140-million-milestone (geraadpleegd op 3 april 2009).
  22. B.H. Roberts, History of the Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints, Salt Lake City: The Deseret Book Company (1980), deel 4, pp. 535-536.
  23. Johannes 3:5, NBG-vertaling 1951. (bekijk tekst online)
  24. De door genealogisch onderzoek vergaarde data zijn vrij beschikbaar gesteld door de Kerk op www.familysearch.org.
  25. Zie bijvoorbeeld het volgende persbericht van de Kerk d.d. 10 november 2008.
  26. Bundy werd op 28 mei 2008 onder zijn echte naam Theodore Robert Cowell “plaatsvervangend gedoopt” in de Jordan River (Utah) tempel. Zie het volgende artikel in de Salt Lake City Weekly d.d. 19 februari 2009.
  27. Zie http://newsroom.lds.org/ldsnewsroom/eng/background-information/humanitarian-services (geraadpleegd op 18 april 2009).
  28. Keith C. Warner, Geschiedenis van de Nederlandse Zending, p. 29.
  29. tussen 1984 en 1997
  30. In 1995 $4,9 miljard voor de Mormonen versus $1,7 miljard voor de Evangelisch-Lutheraanse kerk.
  31. Zie http://newsroom.lds.org/ldsnewsroom/eng/news-releases-stories/one-million-missionaries-thirteen-million-members (geraadpleegd op 18 april 2009).
  32. Afdeling 89, De Leer en Verbonden, Intellectual Reserve (2004), pp. 213-215. (bekijk tekst online)
  33. Joseph Fielding Smith, Answers to Gospel Questions, Salt Lake City: Deseret Book Co. (1980), deel 1, p. 196.
  34. Afdeling 119, De Leer en Verbonden, Intellectual Reserve (2004), pp. 294-295. (bekijk tekst online)

Literatuur

  • Jesse, D.C. & Whittaker, D.J. (1988). The Last Months of Mormonism in Missouri: The Albert Perry Rockwood journal. BYU Studies 28 (1), pp. 5-41.

Externe links[]

Christendom


Advertisement