Advertisement

De islamitische jaartelling is de jaartelling die begint met het jaar waarin de hidjra of de emigratie van de profeet Mohammed van Mekka naar Medina plaatsvond en komt overeen met 15 juli of 16 juli 622 van de christelijke jaartelling. Het wordt als zodanig binnen de islam gebruikt voor de bepaling van bepaalde feest- en vastendagen maar ook als gangbare kalender in Saoedi-Arabië en enkele omringende landen[1]. Jaren volgens de islamitische kalender worden aangegeven met AH (Anno Hegirae), wat een latinisatie is van hidjra.

Het islamitische jaar telt 12 maanmaanden en is daardoor ongeveer 11 dagen korter dan het zonnejaar. Dit houdt in dat de islamitische jaartelling langzaam inloopt op de christelijke. Dit merkt men bijvoorbeeld aan het feit dat de ramadan, het Suikerfeest en het Offerfeest ieder jaar anderhalve week vroeger vallen in het zonnejaar.

In soera Het Berouw 37 wordt het verbod gegeven op het toevoegen van schrikkelmaanden:

Voorzeker, het uitstellen is een toevoeging aan het ongeloof. Degenen, die niet geloven worden daardoor op een dwaalspoor gebracht. Het ene jaar staan zij het toe en het andere jaar verbieden zij het(...)

Maanden

Het begin van de maand wordt bepaald door de 'geboorte' van de nieuwe maan: het moment dat de maan met het blote oog als een smalle maansikkel te zien is. Het waarnemen van de jonge maansikkel is alleen vlak na zonsondergang mogelijk, waardoor de eerste dag van een islamitische maand dan ook altijd bij zonsondergang begint (en ook alle hierop volgende dagen).

Van alle maanden van de islamitische kalender is ramadan de meest gezegende. Deze maand was al een heilige maand ten tijde van het pre-islamitische polytheïsme. In deze maand dienen alle moslims gedurende de dag te vasten. Aan het eind van deze maand is het Suikerfeest.

De islamitische maanden hebben de volgende namen:

  1. Muharram ul Haram (of korter Muharram) محرّم
  2. Safar صفر
  3. Rabi'-ul-Awwal (Rabi' I) ربيع الأول
  4. Rabi'-ul-Akhir (of Rabi' al-THaany) (Rabi' II) ربيع الآخر أو ربيع الثاني
  5. Jumaada-ul-Awwal (Jumaada I) جمادى الأول
  6. Jumaada-ul-Akhir (of Jumaada al-THaany) (Jumaada II) جمادى الآخر أو جمادى الثاني
  7. Radjab رجب
  8. Sha'abaan شعبان
  9. Ramadhaan رمضان
  10. Shawwal شوّال
  11. Dhul Qa'dah ذو القعدة (of Thw al-Qi'dah)
  12. Dhul Hidja ذو الحجة (of Thw al-Hijjah)

Dagen van de week

Deze volgen de joodse en christelijke volgorde, beginnende met zondag en eindigend met zaterdag. De vrijdag, de wekelijkse dag van samenkomst, is dus niet de eerste noch de laatste dag van de week. Ook is het in tegenstelling tot de joodse sabbat en de christelijke zondag géén rustdag, alhoewel in sommige islamitische landen het openbare leven stil ligt en bedrijven al vanaf donderdagmiddag gesloten zijn.

  1. yaum al-ahad يوم الأحد (eerste dag)
  2. yaum al-ithnayna يوم الإثنين (tweede dag)
  3. yaum ath-thalatha' يوم الثُّلَاثاء (derde dag)
  4. yaum al-arba'a' يوم الأَرْبعاء (vierde dag)
  5. yaum al-khamis يوم خَمِيس (vijfde dag)
  6. yaum al-jum'a يوم الجُمْعَة ("verzameldag")
  7. yaum as-sabt يوم السَّبْت ("sabbatdag")

Feestdagen

  1. 1 moharram: Nieuwjaar
  2. 10 moharram: Asjoera
  3. 12 rabi' I: Mawlid an-Nabi, herdenkdag van de geboorte en het sterven van de profeet Mohammed.
  4. nacht van 26 op 27 radjab: Laylat al-Miraadj
  5. nacht van 14 op 15 sja'baan: Laylat al-Baraat
  6. 1 ramadan - 29 of 30 ramadan: Vastenmaand
  7. nacht van 26 op 27 ramadan: Laylat al-Qadr
  8. 1 shawwal: Eid al-Fitr (Suikerfeest)
  9. 10 dzoe'l hidja: Eid al-Adha (Offerfeest)

Alleen Eid al-Fitr en Eid al-Adha worden algemeen als islamitische feesten beschouwd; de andere zijn cultuurbepaald of gebaseerd op een bepaalde geloofsopvatting

Zie ook

  • Geboortejaar van Mohammed

Voetnoten

Wiki-inhoud is beschikbaar onder CC-BY-SA tenzij anders vermeld.